Molens Algemeen

Hoe lang zijn er al molens?

WrijfsteenHet is moeilijk te zeggen wanneer de eerste molens werden gebouwd. In de Prehistorie gebruikte men al maalstenen of wrijfstenen, waarmee met de hand graan tot meel gemalen werd. Dit noemt men ook wel een handmolen. Later ging men andere krachten gebruiken om een molen te laten malen. Er kwamen molens waarbij het zware werk gedaan werd door een paard (rosmolen).In de Middeleeuwen ging men, daar waar het mogelijk was, op grote schaal gebruik maken van de kracht van het stromend water. Dit water zet de raderen van de watermolens in beweging. Deze werden veel gebouwd waar (snel)stromend water voor handen is. Dus in het oosten en zuiden van Nederland. Daarna volgde de windmolen. De eerste korenmolens in Europa komen we tegen in Normandië en langs de Noordzeekust in het graafschap Vlaanderen. De oudste dateringen gaan terug tot het einde van de 12e eeuw, en mogelijk zelfs het begin van de 12e eeuw. Deze laatste vondsten zijn echter onbevestigd.

Kibworth Harcourt Windmill LeicestershireNaar het schijnt kwam in Leicestershire (Engeland) in 1136 al een standerdmolen voor. (Zie foto) Lang is gedacht dat de kruisvaarders de windmolen uit het Midden Oosten naar de rest van Europa hebben gebracht, maar die stelling is onbewezen. De kruistochten waren tussen 1095 en 1270. Er is nooit aangetoond dat in het midden oosten molens hebben bestaan, ook niet ten tijde van de kruistochten. Dat de oorsprong van de molens in Griekenland licht is eveneens twijfelachtig. De Noord Europese standerdmolens zijn minimaal een eeuw ouder dan de Griekse molens. De oudst bekende torenmolen stond in de regio Toulouse, was niet kruibaar en dateert van 1245.

Griekse molenIn het vlakke westen van Nederland bleef men zoeken naar een andere manier om molens te laten draaien. Vanaf de 11 e eeuw begon men windkracht te gebruiken. Men begon windmolens te bouwen waar het veel waaide, het vlakke deel van Nederland dus. Omdat vaste molens slecht voldoen in gebieden met wisselende windrichtingen, werd gezocht naar een oplossing waarbij de molen met de wieken naar de wind kon worden gedraaid. Zo ontstond in dezelfde tijd aan beide zijden van het Engels kanaal de standerdmolen.

Nederland is bijna helemaal vlak en ligt vaak lager dan de zee. Grote stukken grond waren drassig. Om het land te kunnen bewerken en bewonen moest men de grond droog maken. Dit deed men door middel van poldermolens die in de 16e en 17e eeuw ook grote meren droogmaalden. De korenmolen was en is nog steeds het belangrijkste molentype. Vanaf de 13e eeuw groeide de bevolking en werd de vraag naar graan steeds groter. Daardoor kwamen er steeds meer korenmolens bij om het graan te malen. Tot op de dag van vandaag zijn er nog veel korenmolens over die nog kunnen malen. 

Bij iedere grote stad ontstonden in de 17e en 18e eeuw industriegebieden. Dit betekende een groep molens bij elkaar, altijd goed te bereiken via het water. Ze zaagden hout (voor de huizen en de schepen), stampten oliehoudende zaden (voor de lampenolie) of vermaalden kleurstoffen voor verf. Zij hebben de basis gelegd voor de hedendaagse industrie van ons land. De molens hebben heel lang hun werk kunnen doen tot aan het begin van de 20e eeuw. Door de opkomst van de stoommachine, de dieselmotor en de elektrische motoren, gingen steeds minder molenaars de molens gebruiken om te malen. De molens raakten in verval en werden vaak afgebroken. In de laatste honderd jaar zijn er zeker 9000 molens verdwenen. 

In 1923 wordt er een vereniging opgericht tot behoud van de molens: De Hollandsche Molen. Deze vereniging koopt vervallen molens en knapt ze weer op. Vanaf dat moment gaan steeds meer mensen inzien dat molens bij Nederland horen en niet mogen verdwijnen!

Waarvoor worden de molens gebruikt?

Houtzaagmolen

Meestal denkt men dat de molens alleen voor het malen van graan gebruikt worden, maar dat klopt niet. Er zijn ook heel veel andere soorten molens. Veel molens zijn korenmolens, maar er zitten ook veel poldermolens tussen. De poldermolens pompen het water uit een meer of een polder. Ook zijn er molens die een product maken voor de industrie. Dit noem je industriemolens. Een paar voorbeelden zijn de houtzaagmolen, de papiermolen, de oliemolen, de mosterdmolen en de verfmolen.

Molenbestand

In 1811 werd het molenbestand geïnventariseerd. Sindsdien nog een aantal keren. Het laat zien hoe dramatisch het aantal molens is afgenomen. In 1811 waren er nog ruim 2400 molens in Friesland. In 1943 nog maar 300, in 1946 250 en in 1955 ongeveer 150. Nu zijn het er nog slechts 124, waarvan de stichting De Fryske Mole (zie fotogalerij) er 41 in bezit heeft. Samen met andere moleneigenaren zet zij zich in voor het behoud van deze molens.De industriemolens, elke stad had er wel een aantal, verloren door mechanisatie hun functie en zijn daardoor meestal gesloopt. Zo zijn er geen oliemolens meer in Friesland. Er staan nog twee mooie houtzaagmolens in IJlst en Woudsend.De poldermolens verloren hun functie door de vele gemalen in Friesland, waarvan de bekendste en de grootste het ir. D.F. Woudagemaal bij Lemmer en het J.L. Hooglandgemaal bij Stavoren zijn.Voor een aantal plaatsen bepaalden de molens het dorpsgezicht, maar zijn ze in de loop der tijd allemaal verdwenen, zoals in Gorredijk waar eens zes molens stonden.Alle molens zijn opgenomen in een database. www.molendatabase.nl

Soorten molens

Standerdmolen7De Standerd molen

De standerdmolen wordt ook wel standaardmolen of staakmolen genoemd.De standerdmolen is kruibaar naar alle richtingen door gebruik te maken van een centrale spil, de standerd, standaard of staak. Om deze spil is de molen gebouwd. De standerd is geplaatst op twee gekruiste horizontale balken (de kruisplaten) en wordt gesteund door vier dubbele schoren. De Kruisplaten rusten op hun beurt op 4 gemetselde stiepen of teerlingen. Soms ook is een ringmuur gebouwd waarop de kruisplaten rusten. De standerdmolen is waarschijnlijk in de 12e eeuw ontstaan. In de loop van de 13e eeuw zijn overal standerdmolens verschenen. De verspreiding vond niet in zuidelijke richting langs de kust plaats maar in Noordelijke richting. We vinden standerdmolens in alle Noordelijke landen, van Denemarken en Zweden tot de Baltische staten en ver in Rusland. Ook in het Duitse Saksen, Roemenië, Bulgarije en in Turkije komen standerdmolens voor. 

Wipmolen4De wip molen of koker molen

In het waterrijke Hollandse land voldeed de standerdmolen niet voor bemaling omdat alle bewegende delen in het molenhuis zitten. Er ontstond een variant, de wipmolen. Hierin is de standerd vervangen door een koker. Zodoende kon in de koker een spil (de koningsspil) naar beneden worden doorgetrokken om een waterrad aan te drijven. Deze molens worden ook wel kokermolens genoemd. De eerste watermolen werd, voor zover bekend, in 1326 in Oterleek (N-H) gebouwd. De open standerd is dichtgebouwd om ruimte te bieden aan het gaande werk.

Spinnekop5Spinnekop

In Friesland vinden we de kokermolen onder de naam Spinnekop. De spinnekop heeft echter één zetel, de wipmolen twee.

 

 

Paltrokmolen2Paltrok molens

Standerdmolens werden voornamelijk gebruikt als korenmolen al zijn er ook pel- en oliemolens bekend. Eind 1500, begin 1600 kwam door toepassing van een krukas de zaagmolen tot ontwikkeling. Omstreeks 1595 werd in Hoorn aan Franck Jansz octrooi verleend voor een houtzagende standerdmolen met uitbouw van het molenhuis op wielen die met het kruien van de molen meedraaide. Dit was de voorloper van de Paltrok houtzaagmolen. In Nederland staan nu nog 5 molens van dit type. In Duitsland zijn in later jaren ook paltrokmolens gebouwd. Deze hadden geen uitbouw en werden ingericht als korenmolen. Een variant op de standerdmolen, waarvan er later veel zijn omgebouwd tot paltrokmolen. 

De Bovenkruier3De Bovenkruier
De volgende stap was het bouwen van zwaar geconstrueerde zeskante en achtkante molens waarvan de kap kon draaien. Deze molens vonden een ruime toepassing. Als binnenkruier werden ze in grote getale gebruikt voor het droogleggen van de Hollandse meren. Voorzien van staart,schoren en een zwichtstelling werden ze als buitenkruier ingezet op velerlei gebied. Zo waren er oliemolens, papiermolens, korenmolens, zaagmolens, pelmolens, verfmolens, volmolens, hennepkloppers, snuifmolens, mosterdmolens, runmolens, trasmolens, blauwselmolens, schelpzandmolens, enzovoort, enzovoort. 
 
Tjasker1Tjasker
Er zijn twee typen tjaskers: de paaltjasker en de boktjasker. Bij de paaltjasker wordt de molenas ondersteund door een paal en bij een boktjasker ligt de voorkant van de molen op een houten bok. De paaltjasker maalt het binnenwater via de buitenringsloot en de binnenringsloot naar het binnenwater of andersom. De boktjasker maalt het water uit het binnenwater via de vijzelkom naar de buitenringsloot, die op het buitenwater uitkomt. Alleen de boktjasker heeft een kruibaan voor het kruien van het wiekenkruis op de wind. De paaltjasker wordt met behulp van een ketting op de wind getrokken.
 
 
 
 
 
 
 

Molenweetjes

• In Nederland zijn er 1048 windmolens en 108 watermolens.

• De meeste molens staan in Zuid-Holland (220). In Utrecht staan de minste molens (33). Máár in Flevoland staat er niet eentje.

• Honderd jaar geleden waren er nog 10.000 molens in Nederland.

• Nederland is om zijn molens, tulpen en klompen bekend in het buitenland.

• De twee oudste molens staan in Gelderland, beide van rond het jaar 1450.

• De hoogste traditionele molen ter wereld is “De Noord” in Schiedam, het hoogste puntje is 44,8 m hoog.

• Je kan molenaar worden door een opleiding te volgen.

• Veel straatnamen in Nederland zijn vernoemd naar onderdelen van een molen. Bijvoorbeeld De Vang, De Wieken, Het Kruiwerk, De Kruigang, De Schoren, Korte Zwaard en Lange Zwaard.

• Molens zijn monumenten wat betekent dat je binnenin niets mag veranderen of verbouwen.

• Molens in Nederland draaien linksom. Waarom? Dat weten we niet precies. Waarschijnlijk heeft het met de oorsprong van de molen te maken. Toen men voor het eerst graan ging malen, gebeurde dat door met de hand de ene molensteen over de andere te draaien. Omdat de meeste mensen rechtshandig zijn, draaide bij deze handmolen de bovenste steen (de loper) altijd linksom. Windmolens vinden hun oorsprong in de handmolens. En als de loper linksom draait, moet het wiekenkruis dat ook doen. Maar er zijn ook andere verklaringen. De simpelste: molens draaien linksom als je ervoor staat. De molenaar staat echter meestal aan de achterkant van de molen en voor hem draaien de wieken dus met de klok mee. Overigens komen in het buitenland wel molens voor die rechtsom draaien.

Molentaal in Zuidoost Nederland

De 6 standen van de wieken zijn niet overal in Nederland hetzelfde. In Zuidoost-Nederland zijn sommige standen net iets anders. Een soort molendialect dus. De Molentaal is bekend. In verschillende delen van het land wijken deze echter af van de standen die steeds in publicaties genoemd worden. Grootste verschillen zitten in de rouw en vreugd. Vreugd was in grote delen van Nederland gewoon overhoek. Rouw was meestal 'komend' of 'gaand', dus vóór of áchter de rechtstand.

In juni 2002 schreef Jan Scheirs in de Gildebrief nr 2 van dat jaar een stuk dat specifiek over de rouwstand in Brabant ging; de kómende stand. Deze rouwstand bestrijkt echter nog een veel groter gebied en kwam voor in zowel de Nederlandse als de Belgische delen van Limburg en Brabant. Dit gebied is waarschijnlijk nog veel groter. Zo horen er nog bij het gehele Rheinland en delen van de Achterhoek.

De molentaal in Zuidoost-Nederland wijkt dus af ten opzichte van de meeste andere delen van het land. Echter deze traditie dreigt verloren te gaan en verdrongen te worden door de "Hollandse" standen. Deze en andere streekkenmerken worden verdrongen door de vele publicaties omtrent deze gebruiken waarbij steeds vergeten wordt dat er in allerlei delen van het land andere gebruiken gelden.

Molen in 't kruus, molenaar naar huus'

Als de mulder tussendoor naar huis moest eten, terwijl zijn maalwerk nog niet gedaan was, dan werd de molen gevangen (geremd) en in de zeilen in de overhoek achtergelaten. Aan deze stand was dan van ver te zien dat de molenaar even van het werk weg was. 'Staat de molen in het kruus, dan is de mulder naar huus'. Ook molenaars die meel moesten rond brengen lieten op dergelijke manier de molen achter. Voor dit gebruik mocht het wel geen onbetrouwbaar weer zijn...

 

RechtstandRecht stand

Molen in de werk-rust. Molen staat klaar om weer aan het werk te gaan.

 
 
 
 

 

Geen werk
Geen werk

Als de molen met de zeilen voor stil staat was er geen maalwerk meer op de molen of er was een acuut defect. Maar meestal zat men gewoon om maalgoed verlegen. Tegenwoordig ziet men molens wel eens zo staan als de mulders pauzeren.

 
 
 
 
 
Op de bilOp de bil

De bilstand. Molen kan niet malen omdat de molenaar de molensteen aan het billen is. De mensen konden zien dat men niet naar de molen hoefde te gaan.

 
 
 
 
RustRust 

Op zon- en feestdagen en andere dagen van rust stond de molen 'euverhooks' (overhoeks) of 'in 't kruuts' (in het kruis). Bij feestelijke gelegenheden werden de wieken nog versierd met vlaggen e.d. Op zaterdagavond werd de molen door de mulder nog even 'in de zunjig' gezet. Tegenwoordig vrijwel in ongebruik geraakt, doordat molens niet meer dagelijks bemand zijn.

 
 
 
RouwRouw 

Bij overlijden van mulder of familielid, werd de molen in de 'rouw' gezet. Vaak bleef men deze wiekstand 6 weken lang gebruiken. De molen staat stil vóór de onderste wiek zijn laagste punt bereikt. Bij overlijden van leden van het Koningshuis wordt de molen tot en met de bijzetting in de rouw gehouden.

 
 
 
GeboortestandGeboorte

Opgaande roede werd gebruikt als er een molenaarsdochter of zoon geboren was.

 

Text Size

Buienradar

Ospel, Nederland